Aanbieding Stemmen uit de Staten-Generaal

Parlementsonderzoek
Dutch Politics
Authors

Tom Louwerse

Rick van Well

Published

September 8, 2026

Abstract
Bij het aanbieden van het boek Stemmen uit de Staten-Generaal aan de Eerste Kamer der Staten-Generaal gaven onderzoekers Rick van Well en Tom Louwerse een korte toelichting op de resultaten.

Spreektekst

Geachte mevrouw Vos, mevrouw Paulusma, leden van de Eerste Kamer en andere aanwezigen,

Hartelijk dank voor de gelegenheid om vanmiddag de eerste bevindingen van het Parlementsonderzoek 2025 – uitgevoerd door het Instituut Politieke Wetenschap van de Universiteit Leiden – aan u te presenteren en de eerste exemplaren te overhandigen.

Dat onderzoek onder toenmalige leden van de Eerste en Tweede Kamer komt op een bijzonder moment. In het huidige decennium kwamen al drie kabinetten voortijdig ten val. Verkiezingen volgden elkaar snel op en leidden tot ingrijpende verschuivingen in het parlement. En de recente formaties brachten nieuwe vormen van regeren voort, zoals een minderheidskabinet.

In het hart van deze ontwikkelingen bevindt zich de Staten-Generaal. De Eerste en Tweede Kamer vormen immers belangrijke schakels tussen de bevolking en bestuur. Kamerleden ervaren de gevolgen van electorale verschuivingen en kabinetsinstabiliteit direct. In beide Kamers is de politieke versnippering toegenomen: het aantal fracties is hoog, de grootste fracties zijn relatief klein en de partijpolitieke samenstelling van beide Kamers loopt uiteen. Ook zien we een historisch hoge personele doorstroom, met name in de Tweede Kamer.

Juist in deze politiek roerige tijd is het van belang om inzicht te krijgen in het functioneren van het parlement. En in ervaringen en opvattingen van de Kamerleden. In het Parlementsonderzoek laten we de leden van de Eerste en Tweede Kamer aan het woord.

En dat doen we niet voor de eerste keer. De kracht van het Parlementsonderzoek ligt mede in de herhaling en de brede aanpak. Eerdere onderzoeken vonden plaats in 1968, 1972, 1979, 1990, 2001, 2006 en 2017. Veel vragen zijn in verschillende jaren opnieuw gesteld. Daardoor kunnen we de ontwikkeling van opvattingen en percepties van Kamerleden volgen. Dat maakt het Parlementsonderzoek internationaal gezien uniek. Voor Nederland draagt het onderzoek bij aan de parlementaire geschiedschrijving, het is een rijke bron voor wetenschappers, historici, beleidsmakers én Kamerleden zelf.

Dat onderzoek zou niet mogelijk zijn zonder de bereidheid van Kamerleden om eraan deel te nemen. In 2025 stemden 99 Kamerleden in met een vraaggesprek. We zijn hen hier zeer erkentelijk voor.

Vanwege het maatschappelijk belang, willen wij de resultaten allereest op een rij zetten voor een breed publiek. Dat heeft geleid tot een bescheiden boekwerk, waarin de opvattingen en houdingen van de Kamerleden centraal staan. Waar mogelijk trekken we vergelijkingen: tussen leden van de Eerste en Tweede Kamer, door de tijd, en soms tussen opvattingen van Kamerleden en kiezers.

De meeste interviews werden afgenomen door een team van gevorderde studenten politicologie van de Universiteit Leiden. Ons projectteam bestond daarnaast uit Cynthia van Vonno, Joop van Holsteyn, ikzelf, Tom Louwerse, en Rick van Well. Hij zal nu de belangrijkste bevindingen toelichten.

  Goedemiddag,

Het rapport van het Parlementsonderzoek 2025 biedt een fascinerend inzicht in hoe Kamerleden naar hun eigen functioneren en naar het functioneren van het parlement kijken. Het onderzoek toont dat Kamerleden hard werken en hun ambt, ondanks de grimmige maatschappelijke omgeving waarmee velen worden geconfronteerd, over het algemeen als bevredigend ervaren. Omdat zij hun werk als volksvertegenwoordiger en medebestuurder nu eenmaal zo belangrijk vinden.

De onderzoeksbevindingen laten de complexiteit van het Nederlandse parlementaire stelsel zien. De Staten-Generaal bestaat uit twee Kamers, meerdere fracties en vele commissies, met gemeenschappelijke belangen maar ook uiteenlopende deelbelangen. Er is eenheid, maar zeker ook verscheidenheid.

Dat zien we bijvoorbeeld in de verhouding tussen parlement en regering. Een meerderheid van de ondervraagde Kamerleden vindt dat het primaat bij het parlement als geheel zou moeten liggen. Tegelijkertijd geeft een meerderheid ook aan dat in de praktijk juist de regering en regeringsfracties het voortouw hebben. Al vonden minder Kamerleden bijvoorbeeld dat regeerakkoorden de oppositie buitenspel zetten dan in het verleden. Ook kunnen de scheidslijnen tussen coalitie en oppositie wegvallen bij affaires of rapporten van parlementaire enquêtecommissies.

Sommige zaken veranderen, andere blijken opmerkelijk stabiel. Opvallend is dat de overgrote meerderheid van de ondervraagde Kamerleden, net zoals in eerdere jaren, de huidige fractiediscipline prima vinden. De meeste Kamerleden volgen doorgaans de lijn van de fractiespecialist en het aandeel Kamerleden dat zegt bij een meningsverschil met de fractie toch de eigen mening te volgen, is nog nooit zo laag geweest. Dit getuigt van grote loyaliteit van Kamerleden aan hun fractie en een groot vertrouwen in elkaars deskundigheid.

Ook het parlementaire instrumentarium komt in ons onderzoeksverslag uitgebreid aan bod. Kamerleden achten veel instrumenten effectief, maar vinden dat sommige ervan, zoals moties en schriftelijke vragen, te veel worden gebruikt. Tegelijkertijd zien zij ruimte voor verbetering, bijvoorbeeld door meer gebruik te maken van initiatiefwetgeving en – volgens Eerste Kamerleden – van de novelle.

Die Eerste Kamerleden laten trouwens een aanzienlijk politiek zelfvertrouwen zien. Driekwart van de senatoren vindt dat de Eerste Kamer niet zomaar de besluiten van de Tweede Kamer zou moeten volgen, maar naar eigen inzicht moet handelen. Zoals het een ‘Chambre de réflexion’ betaamt, kunnen uitvoerbaarheid, de doeltreffendheid of doelmatigheid of de juridische en wetstechnische aspecten van het wetsvoorstel volgens senatoren redenen zijn om anders te stemmen dan partijgenoten in de Tweede Kamer.

Recente politieke ontwikkelingen geven nieuwe betekenis aan verschillende onderzoeksresultaten. De vorming van het kabinet-Jetten is bijvoorbeeld een opmerkelijk gegeven gezien de voorkeur die Tweede Kamerleden in 2025 in ruime meerderheid uitspraken voor een kabinet met een vaste Tweede Kamermeerderheid. Ook meerderheidssteun in de Eerste Kamer wordt wenselijk geacht, maar lijkt minder essentieel te worden gevonden – juist door leden van de Eerste Kamer zelf.

Geachte aanwezigen,

Het Parlementsonderzoek biedt veel meer dan wat wij nu kunnen aanstippen. En meer dan een momentopname van het Nederlandse parlement in 2025. Dankzij de vergelijking met eerdere onderzoeken biedt het een venster op zestig jaar parlementaire ontwikkeling. Het geeft wetenschappers en historici waardevolle empirische gegevens, biedt huidige en toekomstige Kamerleden de mogelijkheid tot reflectie, en geeft burgers meer inzicht in hun volksvertegenwoordigers.

Daarmee is het Parlementsonderzoek een bijdrage aan het begrijpen en bewaren van onze parlementaire democratie.

Met gepaste trots overhandigen wij daarom de eerste exemplaren van het onderzoeksrapport over het Parlementsonderzoek 2025 ‘Stemmen uit de Staten-Generaal’ aan de voorzitter van de Eerste Kamer en ondervoorzitter van de Tweede Kamer. Via de website van de Universiteit Leiden is het vanaf vandaag voor iedereen mogelijk om het rapport gratis online te lezen.

Wij hopen dat dit rapport zijn weg vindt naar allen die betrokken zijn bij, werken aan en geïnteresseerd zijn in de Nederlandse parlementaire democratie.

Hartelijk dank.