Stemmen uit de Staten-Generaal

Inzichten uit het Parlementsonderzoek 2025

Parliaments
Dutch Politics

Tom Louwerse, Cynthia van Vonno, Rick van Well and Joop van Holsteyn (2026) Stemmen uit de Staten-Generaal: Inzichten uit het Parlementsonderzoek 2025, Leiden: Universiteit Leiden

Authors

Tom Louwerse

Cynthia van Vonno

Rick van Well

Joop van Holsteyn

Published

September 2026

Abstract
Dit rapport biedt een eerste verslag van het Parlementsonderzoek 2025, een periodiek wetenschappelijk onderzoek onder leden van de Staten-Generaal naar opvattingen, werkzaamheden en het functioneren van het parlementaire bestel. In totaal namen 99 Kamerleden deel; de resultaten zijn daarmee indicatief voor beide Kamers. De interviews vonden vrijwel steeds persoonlijk en face-to-face plaats (98 procent) en zijn afgenomen door getrainde studentassistenten. De resultaten laten zien dat Tweede Kamerleden controle van de regering als voornaamste taak blijven zien, terwijl Eerste Kamerleden de (mede)wetgevende taak centraal stellen; tegelijk is men gemiddeld gematigd tevreden over de taakuitoefening. Kamerleden achten veel instrumenten effectief, maar signaleren tevens onevenwichtig gebruik: moties worden relatief vaak ‘te veel’ gehanteerd, terwijl initiatiefwetgeving (Tweede Kamer) en de novelle (Eerste Kamer) als onderbenut gelden. Kamercommissies komen naar voren als ‘werkpaarden’ van het parlement, met ervaren invloed en speelruimte—met name in de Tweede Kamer—en met ruimte voor oppositie om invloed uit te oefenen.Fractiediscipline wordt doorgaans niet als hinderlijk beleefd. In de verhouding tussen parlement en regering blijkt een discrepantie tussen norm en praktijk: het primaat wordt vaker bij het parlement gewenst, maar beleidshoofdlijnen worden veelal bij regering en regeringsfracties gelegd, binnen een overwegend monistische dynamiek. Oppositie voeren wordt gezien als balanceeract tussen samenwerken en profilering. Opvattingen over vertegenwoordiging variëren ongeveer tussen ‘eigen kiezers’ en ‘alle kiezers’. Ten slotte behandelt het rapport de maatschappelijke context: lobby’s en media beïnvloeden het proces, de rechterlijke macht wordt positief beoordeeld, en agressie en intimidatie raken Kamerleden en hun naasten, met beperkte doorwerking in het professionele handelen.